Historie

De gemeente Rozendaal

De gemeente Rozendaal, gelegen ten noordoosten van Arnhem aan de rand van de Zuid-Veluwe, is ontstaan uit de Heerlijkheid Rozendael

Het Kasteel Rosendael, oorspronkelijk gebouwd in de 14e eeuw en sindsdien diverse malen verbouwd, is achtereenvolgens bezit geweest van de Hertogen van Gelre, de Van Arnhems, de Torcks en de Van Pallandts. In 1978 zijn het Park en Kasteel overgegaan naar Het Geldersch Landschap, resp, de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. Een grondige restauratie volgde in de jaren 1980 - 1990. Thans zijn zowel kasteel als park opengesteld voor het publiek (gedurende de zomermaanden).
 
Het grondgebied van Rozendaal is jaren lang bewoond geweest door hen die op enigerlei wijze in relatie stonden tot het kasteel: jachtopzieners, tuinlieden etc. Ook bestond er enige nijverheid in de vorm van enkele papiermolens langs de Rozendaalse beek. De laatste is door oorlogsgeweld verdwenen. Tot ver in de 20e eeuw bedroeg het aantal inwoners van Rozendaal niet veel meer dan 400. Het woningbestand bedraagt thans plusminus 600. Rozendaal telt nu 1510 inwoners.
 

Het wapen en de vlag

Reeds in 1818 werd aan de Ambachts-Heerlijkheid Rosendaal de bevoegdheid verleend tot het voeren van een wapen, zijnde een van goud beladen schild met een rode roos. In 1934 verzoeken burgemeester en wethouders Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden tot voeren van dit wapen als kenmerk van de gemeente. De Hoge Raad van Adel, welke dit verzoek in behandeling neemt, heeft er echter bezwaar tegen dit wapen in dezelfde vorm aan de gemeente te verlenen.
 
De Hoge Raad stelt voor een wapen in dezelfde vorm aan de gemeente te verlenen, maar de kleuren te wijzigen overeenkomstig de kleuren van het voormalige Gelderse vorstenhuis, waarvan de leden op het kasteel Rosendaal plachten te resideren. Het gemeentewapen zou dan worden: in azuur en een roos van goud. Bij Koninklijk Besluit van 5 oktober 1935 wordt het wapen door Koningin Wilhelmina aan de gemeente Rozendaal verleend.
Foto: het wapen van Rozendaal
Was de toekenning van het gemeentewapen onder strenge procedureregels tot stand gekomen, de vaststelling van de gemeentevlag had heel wat minder voeten in aarde. In 1954 verzoeken Gedeputeerde Staten van Gelderland om een gemeentevlag ter beschikking te stellen in verband met de opening van het nieuwe Provinciehuis. In het verleden was er wel een vlag aanwezig geweest, maar deze is verloren gegaan. Daar deze vlag echter nimmer officieel was vastgesteld, besluit de raad de vormgeving van de vlag aan te laten sluiten bij het gemeentewapen en stelt op 28 juni 1954 de vlag vast volgens de omschrijving: een roos van goud of geel op een veld van azuur of blauw.
 

Burgemeesters van adel in de politiek

In 1811, toen ons land was ingelijfd bij het Franse Keizerrijk, viel de voormalige heerlijkheid Rozendaal onder de Mairie van Velp. Na de Franse tijd bleef deze situatie aanvankelijk gehandhaafd. Op 1 januari 1818 werd Rozendaal een zelfstandige gemeente. De geschiedenis van de gemeente Rozendaal is nauw verweven met die van het kasteel. In de 19e eeuw werd het kasteel bewoond door Baron van Torck. Diens dochter trouwde met Mr. R.J.C. Baron van Pallandt, heer van Keppel. Door dit huwelijk mocht hij zich tevens heef van Rozendaal noemen. De baron overlijdt in 1899 en laat drie zonen na. De jongste van de drie zonen, F.J.W. "Willem" Baron van Pallandt erft het landgoed van zijn vader en wordt in 1900 daarmee min of meer automatisch burgemeester als opvolger van zijn vader. De baron blijft burgemeester tot 1932, het jaar waarin hij overlijdt.
 
Een van de zonen van F.J.W. Baron van Palandt, W.F.T. van Pallandt zou in de lijn der verwachting het burgemeesterschap van zijn vader overnemen, maar hij wordt niet als zodanig benoemd. Wel maakt hij gedurende 35 jaar deel uit van de gemeenteraad, waarvan 33 jaar als wethouder. Ook W.W.E. von Hemert, getrouwd met een van de dochters van F.J.W. Baron van Pallandt, heeft belangstelling voor de vacante functie van burgemeester maar ook hij wordt niet benoemd. Als nieuwe burgemeester van Rozendaal wordt in 1934 de heer D.M.M. d'Hangest Baron d'Yvoy van Mijdrecht. In 1964 gaat deze baron met pensioen en wordt opgevolgd door zijn schoonzoon Jhr. Mr. C. Flugi van Aspermont. Flugi van Aspermont was burgemeester van de gemeente Doesburg en werd als waarnemend burgemeester in Rozendaal benoemd. In 1964 leek Rozendaal niet lang meer te zullen bestaan als zelfstandige gemeente in verband met de dreigende opheffing en herindeling van de gemeente. In 1968 overlijdt de jonkheer onverwachts en is er wederom een burgemeestersvacature in Rozendaal.
 
Na zijn overlijden solliciteert zijn weduwe naar de post van burgemeester. In 1968 wordt mevrouw H.L.M.Flugi van Aspermont-d'Hangest barones d'Yvoy van Mijdrecht benoemd tot burgemeester van Rozendaal. Hiermee was mevrouw Flugi één van de eerste vier vrouwelijke burgemeesters van Nederland. Toen het dorp van haar benoeming hoorde, ging er even het gerucht dat Den Haag expres een vrouw had benoemd en nog wel zonder bestuurlijke ervaring om de gemeente te kunnen opheffen, zodra de nieuwe burgemeester de zaak in het honderd zou laten lopen. Maar deze angst verdween vanaf de eerste raadsvergadering met mevrouw Flugi als voorzitter. Zij vertrok in 1978 uit Rozendaal na haar huwelijk met baron Barthol Philip Van Verschuer. Hiermee was het tijdperk van de adel voorbij en kwam een "gewone' burgemeester aan het bewind.
 

Typering van de gemeente

Het open en royaal opgezette karakter in de oude kern van het dorp is goed bewaard gebleven en mag uniek genoemd worden voor Nederlandse begrippen. De oude Dorpskern en het hieronder genoemde natuurgebied De Imbosch zijn tot beschermd dorpsgezicht verklaard. Ook de latere uitbreidingen zijn ruim van opzet. Zo zijn er tussen de bebouwing enkele akkers, die ongebouwd blijven, en de oorspronkelijke houtwallen zijn in de nieuwbouwwijken gespaard en hersteld. Het grootste gedeelte van het grondgebied bestaat uit bos en heide. Naast Staatsbosbeheer, Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, Het Geldersch Landschap en de Gemeente Rheden zijn deze natuurgebieden in particulier bezit. Een groot gedeelte van het gebied van Natuurmonumenten (nabij de Imbosch) wordt begraasd door Schotse Hooglanders, een oud runderras. Het natuurgebied is voor voetgangers en fietsers goed toegankelijk. Per auto kan men slechts tot aan de zuidrand van het Rozendaalse Veld (heide) komen. Door het natuurgebied lopen enkele goed bewegwijzerde fietsroutes.
 

De ontwikkeling van Rozendaal

Voor de oorlog was Rozendaal een nog kleiner dorpje dan nu. De Van Pallandts bewoonden het kasteel en hadden de meeste grond om het dorp in hun bezit. Echter, de glorietijd van de adel, zoals die in de vorige eeuw was, bestond niet meer. Door vererving en daarmee de opdeling van de landgoederen waren deze landgoederen flink in omvang geslonken. Het onderhoud van het kasteel ging achteruit en in 1940 brak de oorlog uit. Het kasteel kwam de oorlog niet ongeschonden door. Het werd per ongeluk door een verdwaalde Amerikaanse brandbom getroffen en tijdens de slag om Arnhem lag het kasteel zwaar onder vuur. Na de oorlog werd getracht het kasteel weer op te knappen, maar de hiervoor benodigde gelden ontbraken en daardoor werd het kasteel provisorisch gerepareerd. De bevolking bestond uit autochtone Rozendaalse inwoners en inwoners van buiten waren er maar weinig.
 
In 1953 komt de acquisiteur van de N.V. Bouw en Aannemingsmaatschappij Bakhuizen uit Hilversum en klopt aan bij A.J.M. Derksen, de jonge gemeente-secretaris van Rozendaal. Derksen was aanvankelijk als Arnhems ambtenaar aan Rozendaal uitgeleend, toen er sprake was dat de gemeente zou worden opgeheven. De acquisiteur zei: "wij willen bouwen" en vroeg om het bestemmingsplan in te zien. Derksen antwoordde hierop dat de grond van mijnheer Van Pallandt was en dat die nooit grond verkocht. Maar tot zijn verbazing heeft Van Pallandt het wel degelijk gedaan. De kasteelheer, zijn broers en zussen verkochten geleidelijk in kleine stukjes en beetjes aan individuele Rozendaalse particulieren en grotere percelen aan de gemeente Rozendaal en aan de firma Bakhuizen uit Hilversum en N.V.G. Franke uit Velp. Zij kochten grond van de Van Pallandts en van de gemeente, maakte deze grond bouwrijp, zette er huizen neer en verkochten deze. De gemeente kreeg, zonder extra kosten, de wegen, de riolering en de elektrische leidingen er gratis bij. Zo ontstonden de nieuwe na-oorlogse wijken in Rozendaal als de Leermolensenk, De Del en De Kleiberg en nam daarmee het inwoneraantal toe. Het beleid van de gemeente was er op gericht om via projectontwikkelaars de grond in ontwikkeling te brengen. Goedkope huizen voor de eigen inwoners werden op kleine schaal gebouwd. In de jaren zestig werden enige woningen gebouwd aan het Bakkerspad (thans Bernard ter Haarlaan) en aan de Moestuin, ten behoeve van de sociale woningbouw. Een en ander werd ondergebracht in het gemeentelijk woningbedrijf.
 
Rozendaal is de kleinste gemeente van het vaste land wat inwonertal betreft.
 

De Kapellenberg

In de jaren negentig van de vorige eeuw is de gemeente Rozendaal uitgebreid met de nieuwbouwwijk "de Kapellenberg". Deze wijk is bijzonder gelegen en springt wat betreft architectuur in het oog. Architect H. van Olphen uit Amsterdam heeft hierin de coordinerende taak gehad. Onder het uitroepen van een prijsvraag is de straatnaamgeving tot stand gekomen. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen dat de straten namen krijgen van 19e eeuwse schilders die in Rozendaal gewoond en/of gewerkt hebben. Er is een kunstwerk geplaatst genaamd "Poort van de Aarde" (eerste foto) gemaakt door de heer H. Kortekaas. Een tweede kunstwerk genaamd "De Vlinder" is eind 2000 geplaatst en is gemaakt door mevrouw M. Hol (tweede foto).
Foto: kunstwerk Poort van de Aarde  Foto: kunstwerk De Vlinder